Wanneer in Nederland de stroom uitvalt, zit bijna twee derde van de bedrijven (64%) direct in de problemen. Binnen 12 uur is dat al 79% en binnen een dag zonder stroom zelfs 90%. Na een week zonder stroom kan nog slechts 6% van de Nederlandse bedrijven opereren (of is stroomtoevoer niet relevant voor het functioneren). Dat blijkt uit het recente onderzoeksrapport Nederlandse Innovatie Monitor 2025uit november 2025.
Het zijn verrassend hoge cijfers, vindt onderzoeker en auteur Henk Volberda van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Het onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van de UvA, Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Er deden 658 grote en kleine bedrijven mee (zzp’ers niet meegeteld), door heel Nederland en in uiteenlopende sectoren. Het hoofdthema van de vragenlijst was dit jaar de impact van de geopolitieke context op de innovatiekracht van bedrijven, en de voorzorgsmaatregelen die zij treffen.
Bewustwording
Dat Nederlandse bedrijven niet weerbaar genoeg zijn bij uitval van essentiële voorzieningen, heeft volgens Volberda voor een groot deel te maken met bewustwording. “In Nederland hebben we over het algemeen een stabiele energie-infrastructuur, die ook goed wordt onderhouden. Storingen zoals die in Zuid-Europa of Oost-Europa wel vaker voorkomen, zijn we hier niet gewend. Veel bedrijven achten daarom de kans klein dat grootschalige stroomuitval in Nederland zal gebeuren. Ze wegen die kans af tegen de aanzienlijke investeringen om zich ertegen te beschermen”, zegt Volberda.
Diezelfde houding ziet hij ook als het gaat om sabotage in de energievoorziening. “Terwijl een meerderheid van de experts in het Global Risks Report 2025 van het World Economic Forum moedwillige acties vrij aannemelijk acht.”
De Spaanse ‘black-out’, waarbij het hele land plus grote delen van Frankrijk en Portugal een dag zonder stroom zaten, was geen onderdeel van het onderzoeksrapport van de UvA. Dit komt doordat de actuele thema’s om aan Nederlandse bedrijven voor te leggen in januari worden vastgesteld en de historische ‘black-out’ pas op 28 april plaatsvond. Wel sluit deze ervaring in Zuid-Europa direct aan bij de uitkomsten van het onderzoek: dat bedrijven niet goed zijn voorbereid op crisissituaties. Volberda: “In Spanje en Portugal heerste onwetendheid en onzekerheid. De ‘wat als’-scenario’s waren er niet. Wat dat betreft is het zeker goed geweest voor de bewustwording in Europa.”
Weerbaarheid vergroten
De aanzienlijke investeringen waar Volberda op doelt om de weerbaarheid te vergroten, betreffen ‘back-upsystemen’ en extra voorraden, maar ook risicoanalyses en verzekeringen. Van de ondervraagde bedrijven geeft 67% aan ‘back-upsystemen’ en/of voorraden te hebben aangelegd. Welke systemen dit precies zijn en of deze maatregelen bedrijven ook echt minder kwetsbaar maken, is niet onderzocht. Maar het kan bijvoorbeeld gaan om een noodaggregaat of een tweede datacenter op een andere locatie. Bijna de helft van de ondervraagden (48%) heeft verzekeringen afgesloten om risico’s af te dekken. Al helpen die de bedrijfsvoering niet uit de problemen op het kritieke moment. Een vijfde van de bedrijven (21%) heeft helemaal geen maatregelen genomen.
Marketing
De urgentie om te investeren in weerbaarheid lijkt groter bij dreiging van moedwillige acties dan bij zorgen over technische incidenten in ketens of netwerken van essentiële voorzieningen, zoals recent in Spanje gebeurde (ervan uitgaande dat dit geen cyberaanval was). Naast de hoge kosten (batterijen of aggregaten vragen forse investeringen), speelt marketing bij technische infrastructuur bovendien een veel kleinere rol dan bij ‘cybersecurity’.
Uit de Innovatie Monitor 2025 blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse bedrijven momenteel ‘cybersecurity’-technologieën toepast. Onder andere om toegang te houden tot de eigen data en processen. Logischerwijs geven met name bedrijven in de ICT-sector aan deze technologieën al te hebben toegepast of continu te vernieuwen.
Zelf verantwoordelijk
Ron Stevens is ondernemer in de informatiebeveiliging en woont en werkt in Valencia, Spanje. Hij vindt het onjuist dat in deze sector zoveel angst wordt aangepraat. Liever benadrukt hij dat een cyberaanval iederéén kan overkomen. “Vroeger waren vooral grote organisaties het doelwit, nu kan het ook de kleine ondernemer op de hoek raken.” Dat betekent soms een onevenredig hoge kostenpost. “Kleine partijen zijn vaker de pineut als er een netwerk wordt gegijzeld”, weet Stevens. Daar komt bij dat een bedrijf of overheidsdienst altijd zelf verantwoordelijk blijft, met welke leverancier je ook samenwerkt. Die controlefunctie is uiteraard makkelijker voor partijen met hoge budgetten, waaronder overheden.
“Wanneer wij alle informatierisico’s voor organisaties in kaart brengen en ook kijken naar stroomuitval of een overstroming zoals recent in Valencia, dan gebruiken we daarvoor de volgende formule: risicoscore = kans x impact. Op basis van dit puntensysteem worden er besluiten genomen en budgetten toegekend. Bij een relatief lage risicoscore, ook al is de impact hoog, wordt dan de keuze gemaakt om het risico te accepteren of minimaal te investeren. Door de huidige geopolitieke situatie omtrent cyberdreigingen, wordt met deze formule de kans tegenwoordig hoger ingeschat en dus is de urgentie hoger.”
Investeringen in ‘cybersecurity’ gaan niet alleen om technologie. Het gaat vooral ook over processen, onderhoud aan bestaande systemen en het samenwerken van mensen. In de Innovatie Monitor 2025 is menselijke cohesie één van de drie pijlers waarop de weerbaarheid wordt bepaald. Bedrijven die weerbaarder zijn, hebben op deze verschillende onderdelen ingezet.
Reservesleutel
Volberda hoopt dat overheden een regiefunctie pakken op het hoge kostenplaatje voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld door investeringen in weerbaarheid fiscaal aftrekbaar te maken. “Ook kun je denken aan collectieve voorzieningen, zoals weerbaarheidstrainingen voor MKB-bedrijven op sectorniveau. Of gemeenschappelijke investeringen in bijvoorbeeld aparte dataopslag, gedeelde noodaggregaten of gedeelde koelsystemen.”
En soms hoeft het ook niet eens zo ingewikkeld of duur te zijn, volgens Stevens. “Bij cyberveiligheid draait het allemaal om toegang behouden tot je eigen systemen en informatie.” In Spanje stond hij, net als vele anderen, letterlijk voor een gesloten elektrische poort van zijn eigen huis. Zonder fysieke sleutel geen toegang. “Als dat bedrijfsmatig gebeurt, moet je weten waar de reservesleutel ligt om weer toegang te krijgen tot je informatie en systemen. Zorg dat je een plan hebt.”













