Een zorgverlener met langdurige klachten van long covid is door de bedrijfsarts volledig arbeidsongeschikt verklaard. De werkgever vermoedt dat de zorgverlener toch werkzaamheden verricht via haar eigen bedrijf en twijfelt aan de geldigheid van haar ziekteverklaring.
Ontslag op staande voet, 3 eisen
Na een onderzoek door een door de werkgever ingehuurd onderzoeksbureau, wordt de zorgverlener op staande voet ontslagen wegens bedrog. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet moet volgens de wet aan 3 eisen voldoen:
- Er moet sprake zijn van een ‘dringende reden’: een zodanige daad van de werknemer waardoor van de werkgever niet kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
- Het ontslag moet onverwijld, dat wil zeggen zonder uitstel, worden gegeven.
- Daarbij moet de werkgever het ontslag mét de ontslagreden aan de werknemer mededelen.
Rechters vegen ontslag van tafel
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag ongeldig is en dat de werkgever het loon alsnog moest betalen. De werkgever gaat in hoger beroep tegen dit oordeel, maar het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Oordeel bedrijfsarts versus dat van de buitenstaander
Hoewel de werkgever bewijsmateriaal heeft aangedragen, zoals de observaties van het onderzoeksbureau, acht het hof dit niet doorslaggevend. Het benadrukt dat de medische beoordeling van de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel van het UWV zwaarder wegen dan de observaties van buitenstaanders. Deze medische professionals hebben vastgesteld dat de werkneemster arbeidsongeschikt was.
Onderzoek bedrijfsrecherche
Daarnaast verwerpt het hof het argument van mogelijke andere werkzaamheden door de werkneemster. De ontslagbrief vermeldt alleen dat het vermoeden bestaat dat de werkneemster zorg verleent aan een voormalige klant van de werkgever. Dit vermoeden vormde de aanleiding om een onderzoek door de bedrijfsrecherche in te stellen, maar het wordt niet aangedragen als grond voor het ontslag zelf.
Zorg verlenen geen grond voor ontslag
Hoewel de werkneemster mogelijk wel zorg verleent aan een andere derde, kan de werkgever dit naar het oordeel van het hof niet aandragen als een geldige reden voor het ontslag. De arbeidsongeschiktheid van de werkneemster staat immers vast, gelet op het oordeel van de medische deskundigen.
De werkgever had daarom eerst over moeten gaan tot minder zware maatregelen, zoals dit gegeven voorleggen aan de bedrijfsarts of het UWV. Aangezien het hof geen geldige reden voor het ontslag op staande voet kan vaststellen, bekrachtigt het de beslissing van de kantonrechter.
Het belang van medische beoordelingen
Deze uitspraak benadrukt het belang van medische beoordelingen bij arbeidsongeschiktheid. Een werkgever kan niet het oordeel van medische professionals naast zich neerleggen op basis van bevindingen van (niet-medisch onderlegde) derden.
Bron: Gerechtshof Den Haag, 26 maart 2024 ECLI:NL:GHDHA:2024:461
Dit artikel verscheen eerder op ORnet














