Waar blijft die grenswaarde voor werken in de hitte?

Door de klimaatverandering stijgt het aantal werknemers dat te maken krijgt met hitte op het werk de komende jaren flink. Dat vraagt om beleid om de risico's van hitte op de werkplek te beperken. Bestaande maatregelen in met name arbocatalogi schieten tekort. Er ligt dus een taak voor arbodeskundigen om hittebeleid deskundig vorm te geven.

Waar blijft die grenswaarde voor werken in de hitte?

De wereld wordt steeds warmer – Nederland niet uitgezonderd. Nu al is het aantal hittegolven sterk toegenomen. Volgens diverse scenario’s van het KNMI zal het aantal perioden met extreme temperaturen de komende jaren nog fors stijgen. De verwachting in alle klimaatscenario’s is dat het aantal Nederlanders dat voortijdig overlijdt door hitte de komende decennia flink toeneemt. 

Werknemers beschermen tegen hittestress op werk 

Deels komt dit door vergrijzing. Maar ook Nederlanders in de werkzame leeftijd zullen steeds vaker ten prooi vallen aan extreme hitte. Dit treft vooral werknemers met een kwetsbare gezondheid, bijvoorbeeld met hartklachten, overgewicht of diabetes. 

Meer in het algemeen is het van belang om alle werknemers te beschermen. Hitte op het werk hangt namelijk samen met een grotere kans op arbeidsongevallen. Maar het kan ook leiden tot onder meer hitte-shock, hitteberoerte of hartfalen (zie de literatuurlijst onderaan dit artikel). Los van de gezondheidsrisico’s leidt werken in hitte tot productiviteitsverlies.

Het is dan ook in ieders belang om maatregelen te treffen tegen hittestress op het werk – en dan niet alleen hitte die wordt veroorzaakt door het werk zelf (bijvoorbeeld ovens of industriële processen), maar evenzeer voor klimaatgerelateerde hitte.

Arbowetgeving – zorgplicht van de werkgever 

De werkgever heeft – alleen al op grond van de Arbeidsomstandighedenwet – een zorgplicht om te voorkomen dat werknemers schade oplopen door hitte op het werk. De werkgever dient de risico’s van hitte in kaart te brengen, als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Daarnaast moet hij beschermende maatregelen treffen volgens de arbeidshygiënische strategie.  

De algemene bepalingen in de Arbowet zijn nader uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Maar ook die regels zijn erg algemeen van aard. Artikel 6.1 van het Arbobesluit verwoordt de algemene zorgplicht bij blootstelling aan hitte: "Rekening houdend met de aard van de werkzaamheden die door de werknemers worden verricht en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, veroorzaakt de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade aan de gezondheid van de werknemers."  

Deze formulering laat echter open wanneer 'schade aan de gezondheid' ontstaat. Er geldt ook geen wettelijke grenswaarde voor hitte op de werkplek. In arbobeleidsregel 6.1 was wel een wetenschappelijke norm opgenomen: NEN-ISO-7243. Maar die beleidsregel is in 2013 geschrapt, om 'maatwerk' mogelijk te maken. Evenmin is in de wetgeving vastgelegd hoe het risico beoordeeld moet worden. Ook hier is maatwerk beoogd, in de vorm van branchespecifieke RI&E-instrumenten.

PBM bij mogelijk ongezonde temperaturen 

Bij mogelijk ongezonde temperaturen hoort de werkgever maatregelen te treffen: 

"Indien door de temperatuur op de arbeidsplaats of door ongunstige weersomstandigheden toch schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. Indien de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen schade aan de gezondheid niet kunnen voorkomen, wordt de duur van de arbeid in een zodanige mate beperkt of wordt de arbeid met een zodanige frequentie afgewisseld door een tijdelijk verblijf op een plaats waar een temperatuur heerst als bedoeld in het eerste lid, zodat geen schade aan de gezondheid ontstaat.

Het blijft hier echter onduidelijk aan welke eisen de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) dan moeten voldoen. En ook wat een adequate beperking is van de duur van de blootstelling. Of wat de gepaste frequentie van de werkonderbreking zou moeten zijn. 

Arbocatalogi: invulling bepalingen in de praktijk 

Hoe de algemene bepalingen in de praktijk ingevuld moeten worden, is volgens de wetgever de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. De afspraken tussen werkgevers en werknemersvertegenwoordigers kunnen worden opgenomen in zogeheten arbocatalogi. De Arbeidsinspectie kijkt in haar toezicht dan of de werkgever zich aan de afspraken in die arbocatalogus houdt (mits die afspraken niet in strijd zijn met de wet).  

In het kader van een internationaal onderzoek naar afspraken rond hitte op het werk (ADAPTHEAT, 2024) is in de Nederlandse landenstudie een analyse uitgevoerd van 60 arbocatalogi en 17 RI&E-instrumenten die in sommige branches zijn ontwikkeld. Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de afspraken in arbocatalogi en de bruikbaarheid van de RI&E-instrumenten te wensen overlaat.

Geen risico-evaluatie of grenswaarden 

Analyse van de RI&E-instrumenten leert dat die slechts zelden verwijzen naar de juiste methodiek om het risico van werken in hitte vast te stellen. In de meeste gevallen komen de RI&E-instrumenten niet verder dan de vraag: is hitte een risico? Dit is dus niet meer dan een risico-inventarisatie, en geen risico-evaluatie/-beoordeling

Daarnaast is in vrijwel geen arbocatalogus of RI&E-instrument een grenswaarde opgenomen om te bepalen wanneer het te heet om te werken is. In een beperkt aantal catalogi en in een aantal cao’s staat wel een buitentemperatuur genoemd. Maar luchttemperatuur is slechts één van de elementen van de wetenschappelijk geaccepteerde methoden die gebaseerd zijn op de Wet Bulb Globe Temperature (WBGT), ook de basis van NEN-ISO-7243. Die houden verder bijvoorbeeld rekening met luchtvochtigheid (denk aan het verschil tussen een sauna en een stoombad) en met de zwaarte van het werk.  

In vrijwel geen enkele catalogus is een duidelijke, onderbouwde grens getrokken. Daarmee zijn werkgevers noch werknemers geholpen: er blijft onduidelijkheid bestaan over wanneer het te warm is om te werken. Bovendien houdt NEN-ISO-7243 al rekening met bijvoorbeeld de zwaarte van het werk. Daarmee is maatwerk al mogelijk. Eén wettelijke norm staat maatwerk dus niet in de weg.

Afspraken over hitte in arbocatalogi schieten tekort 

De kern van arbocatalogi is dat werkgevers en werknemers in overleg bepalen welke maatregelen nodig zijn om risico’s voor de gezondheid van werknemers te voorkomen of te beperken. Zij geven hiermee nader invulling aan de algemene bepalingen in de wetgeving. Ook in dit opzicht schieten de afspraken over hitte in de arbocatalogi echter tekort (zie ook figuur 2). 

Ten eerste voldoen de maatregelen maar zelden aan de arbeidshygiënische strategie (STOP). Het accent ligt sterk op het uitreiken van voldoende drinken en PBM. Technische maatregelen worden veel minder genoemd. 

Ten tweede zijn in sommige arbocatalogi afspraken gevonden die misschien wel helpen tegen blootstelling aan de zon (niet werken tussen 12-15 uur), maar geen oplossing bieden voor werken op het heetste moment van de dag (tussen 16-19 uur). 

Ten derde vind je zelden aan welke eisen de beschermende kleding zou moeten voldoen. Dat de werkgever beschermingsmiddelen ter beschikking moet stellen, blijkt al uit het eerdergenoemde artikel 6.1 van het Arbobesluit. Maar welke precies, dat zou in de arbocatalogus nader uitgewerkt moeten worden. Dat gebeurt echter in bijna geen enkele catalogus.

Arbocatalogus op bedrijfsniveau verder uitwerken 

Arbocatalogi bieden dus wel handvatten voor hittebeleid. Maar vaak zijn die te algemeen van aard, zelden volgens de arbeidshygiënische strategie en ook niet dekkend. Op bedrijfsniveau is daarom nog nadere uitwerking nodig. Hier ligt een belangrijke taak voor arbodeskundigen – in het bijzonder arbeidshygiënisten of (thermo)fysiologen.  

In ieder geval moet duidelijk worden wanneer het te heet is om te werken. Het is ook zaak dit op deskundige wijze vast te stellen. Gebruik van NEN-ISO-7243 is dan betrouwbaarder dan simpelweg de buitentemperatuur. Bovendien blijkt uit de analyse van de arbocatalogi (en ook cao’s) dat verschillende sectoren verschillende buitentemperaturen aanhouden. Dat verdraagt zich slecht met het concept van rechtsgelijkheid (Popma, 2024). 

Daarnaast is van belang dat duidelijk is welke kleding precies geschikt is voor werken in hitte, aangepast aan de aard van de werkzaamheden. Ook dit is specialistenwerk. De gedachte, bijvoorbeeld, dat korte broeken of korte mouwen oververhitting voorkomen, is onjuist. Sterker nog, zulke kleding draagt bij aan een verhoogd risico op huidkanker. En een tropenrooster biedt zoals gezegd niet altijd de juiste bescherming tegen oververhitting als zonblootstelling het leidende risico is. Bovendien is de aard van het werk van grote invloed. 

Hittebeleid is een kwestie van maatwerk, waarbij deskundigheid onontbeerlijk is. De komende jaren zal die deskundigheid naar alle waarschijnlijkheid nog belangrijker worden dan zij nu al is. 

Literatuur 

  • ADAPTHEAT (2024) - A.  Riesco, J.R. Popma et al, Hittestress en sociale dialoog in Nederland, Madrid, Amsterdam etc.
  • Popma 2024 - Jan Popma, Hittestress op het werk: de opbrengst van sociale dialoog over gezonde arbeidsomstandigheden, in: Tijdschrift voor Recht en Arbeid, juni 2024 

Meer lezen? 

Jan Popma

Jan Popma

Onderzoeker arbeidsomstandighedenrecht

Jan Popma is senior onderzoeker arbeidsomstandighedenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.