Het is algemeen bekend dat gezond eten de kans op ziekte verkleint. Daarnaast kan gezond eten het herstel van medewerkers na een periode van ziekte bevorderen. Mag een werkgever in dat kader gezonde lunches belastingvrij aanbieden aan werknemers op het werk, als onderdeel van het arbobeleid? Over deze vraag boog de Hoge Raad zich in de onderstaande uitspraak.
Vanuit het bedrijfsrestaurant verstrekt tuinbouwer Koppert Cress in 2017 en 2018 op dagelijkse basis gezonde lunchmaaltijden aan hun werknemers. Een diëtiste stelt de maaltijden samen volgens de richtlijn gezonde voeding van de Gezondheidsraad en de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Voor de gezonde maaltijden hoeven de medewerkers geen eigen bijdrage te betalen, de werkgever neemt alle kosten op zich. Dit in het kader van de vitaliteit.
Geschil over loonheffingen
De werkgever wees de verstrekking van de lunchmaaltijden aan als eindheffing en bracht deze ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Hierdoor overschreed deze zijn vrije ruimte en moest over het surplus 80% eindheffing betalen, wat neerkwam op zo'n € 60.000 in totaal over 2 jaar.
Het bedrijf is het niet eens met dit besluit en maakt bezwaar tegen de afdracht van loonheffingen. Volgens het tuinbouwbedrijf valt het aanbieden van de gezonde lunches, als onderdeel van het arbobeleid, onder de gerichte vrijstelling voor arbeidsvoorzieningen. En zou daardoor onbelast moeten blijven. De Belastingdienst ziet dit anders.
Beide partijen worden het niet eens met elkaar, waarna procedures volgen. Voor de rechtbank en het hof voerde de werkgever aan dat de gezonde lunchmaaltijden onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen zouden moeten vallen. Daardoor zouden de maaltijden belastingvrij moeten zijn. De rechtbank en het hof gaven het tuinbouwbedrijf geen gelijk, waarna de conflictsituatie voor de Hoge Raad kwam.
Oordeel Hoge Raad
De vraag die de Hoge Raad moet beantwoorden, is of de gratis lunchmaaltijden onder de zogenoemde gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vallen. Deze vrijstelling is van toepassing op voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien uit het arbeidsomstandighedenbeleid (Arbobeleid) dat wordt gevoerd op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).
Artikel 3 lid 1 van de Arbowet bepaalt dat de werkgever moet zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers 'inzake alle met de arbeid verbonden aspecten' en dat hij daartoe een beleid moet voeren dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Ook beleid ter voorkoming van ziekteverzuim kan daartoe worden gerekend.
In tegenstelling tot de rechtbank en het hof, vindt de Hoge Raad dat de werkgever een eigen beleidsruimte heeft. Hierdoor kunnen ook maatregelen die niet verplicht zijn op basis van de Arbowet onder het arbobeleid vallen. Het verstrekken van gezonde maaltijden aan werknemers is volgens de Hoge Raad een maatregel die gericht is op het voorkomen van ziekteverzuim. Dit blijkt uit de RI&E en het plan van aanpak van het tuinbouwbedrijf.
Lunchmaaltijden passen in beleid
De Hoge Raad komt dan ook tot de conclusie dat de verstrekking van de lunchmaaltijden door werkgever rechtstreeks voortvloeit uit door haar gevoerd beleid. Dit beleid is daarmee aan te merken als arbeidsomstandighedenbeleid op grond van de Arbowet. Zelfs als er geen RI&E was geweest, dan nog hadden de door de werkgever getroffen voorzieningen rechtstreeks kunnen voortvloeien uit door hem gevoerd arbeidsomstandighedenbeleid, en daarmee onder de vrijstelling voor arbovoorzieningen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond. De werkgever krijgt €62.999 aan afgedragen loonheffing terug van de Belastingdienst.
Hoge Raad, 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:745
Het vervolg... Ken je dat verhaal van Koppert Cress, hun gratis gezonde werklunch en de Belastingdienst…?












