Dit or-lid kwam bij me toen de nood hoog was. Ze vroeg zich af of ze nog wel door kon gaan met het or-werk. De werkdruk in haar gewone werk was toegenomen en door de reorganisaties in het bedrijf, werd het or-werk ook steeds intensiever. Ik vroeg haar of ze haar werkzaamheden goed kon plannen. Bij haar normale werk lukt dat wel, maar juist bij het or-werk was het veel lastiger.
‘Dat komt niet gestructureerd op me af. Vooral niet met die reorganisatieplannen. En dan krijg ik de neiging anderen de schuld te geven, omdat ze te laat zijn of niet zorgvuldig. Ik hou mezelf uit de wind om maar niet aan de slag te hoeven gaan. Dan krijg ik weer stress omdat ik mijn zaakjes niet op orde heb of te laat ben begonnen.’
Een herkenbaar patroon. Na een aantal vragen van mij die ze met ‘ja, maar’ had beantwoord, kwam het er uiteindelijk uit. ‘Ik heb zo’n moeite dit soort werkzaamheden te plannen en er structuur in aan te brengen. Ik heb het gevoel het erbij te doen voor de goede zaak, maar zie het toch niet als echt werk.’
Ze kwam zelf met het idee haar or-werk ‘bedrijfsmatiger’ aan te pakken. De werkzaamheden op een rij te zetten en een werkschema te maken. Structureren dus. ‘Gek’, zei ze, ‘dat ik daar nou zelf niet aan heb gedacht.’




