De kern van Medezeggenschap Samen (MZ-Samen) is de verdeling van toezicht, regie en inhoud van de medezeggenschap over drie verschillende organen. Toezicht op de medezeggenschap gebeurt door de Raad voor Medezeggenschap, het enige gekozen orgaan. De raad bemoeit zich niet met de inhoud van de medezeggenschap, maar benoemt wel een regieteam. Hierin bepalen werknemers samen met de bestuurder de medezeggenschapsagenda en voeren zo de regie. Voor de inhoud roept de regiegroep projectteams in het leven. Elk projectteam behandelt een onderwerp. Doel daarbij is de inhoud van de medezeggenschap zo laag mogelijk in de organisatie te leggen en de betrokkenheid van de medewerkers te vergroten.
Omdat deze vorm van medezeggenschap niet binnen de wettelijke kaders past, is ontheffing van de WOR nodig. Hoe verdienstelijk deze vorm ook mag zijn voor de samenwerking met de bestuurder en de deelname van de medewerkers, er zitten een paar forse schaduwkanten aan. Niet duidelijk is waar het personeel medezeggenschap over heeft. Het regieteam bepaalt weliswaar de medezeggenschapsagenda, maar gaat niet over de inhoud. De vraag is of er voor alle onderwerpen die het personeel aangaan wel een projectteam komt. Als dat niet gebeurt, kan de bestuurder eigenmachtig besluiten nemen over zaken waarin de WOR wel inspraak toekent aan werknemers.
De regiegroep stelt per onderwerp een projectteam in. Zo kan in de praktijk het ene team zich buigen over een voorgenomen reorganisatie, terwijl het andere zich verdiept in het opleidingsplan. Niemand ziet dan het onderlinge verband tussen onderwerpen, met het risico dat medezeggenschap gefragmenteerd raakt. MZ Samen ontbeert een integrale missie, visie en strategie over het belang van de organisatie en van de medewerkers.
Ook ontbreekt het aan ijkpunten en toetsingscriteria vanuit werknemersperspectief. In de convenanten en reglementen van ‘proefprojecten’ bij GGZ Noord- en Midden-Limburg en Riwis Zorg & Welzijn ontbreekt een evenwichtige geschillenregeling. De Raad voor Medezeggenschap kan weliswaar bemiddelen bij conflicten, maar onduidelijk is of raad van bestuur en raad van toezicht gebonden zijn aan de uitkomsten. Als enige sanctie kan de Raad voor Medezeggenschap besluiten tot terugkeer naar de WOR.
In het regieteam als in de projectgroepen moeten medewerkers hun nek durven uitsteken zonder zich zorgen te hoeven maken over benadeling of ontslag. In de convenanten wordt er nauwelijks aandacht besteed aan deze wettelijke bescherming. Bij volwassen medezeggenschap horen ook waarborgen. Deze zijn nodig om medezeggenschap meer te laten zijn dan enkel een rituele dans. In de WOR is dat goed geregeld. Bij het instemmingsrecht ligt het zwaartepunt bij de belangen van de werknemers. Bij het adviesrecht ligt het zwaartepunt bij de werkgever. De WOR is een genuanceerd stelsel van bevoegdheden dat borgt dat de belangen van de gesprekspartners ongeveer dezelfde zwaarte hebben. Werknemers laten meedenken en meepraten is dus niet genoeg. Volwaardige medezeggenschap vereist dat werknemers in een positie worden gebracht om een zo gelijkwaardig mogelijke gesprekspartner te zijn. MZ-Samen laat het op dit punt afweten.












