Een monteur legt een koelwatersysteem aan in een productiehal van het bedrijf waar hij werkt. Daarbij maakt hij gebruik van een schaarhoogwerker. Want hij moet kunststof leidingen met metalen draadeinden en klemmen aan de stalen spanten van de productiehal monteren. De kunststof leidingen moet hij onderling verlijmen. Om de leidingen voorafgaand aan het verlijmen schoon te maken maakt de monteur gebruikt van een reinigingsmiddel.
Slijpen bij een open flesje reinigingsmiddel
Nadat de monteur een aantal verbindingen heeft verlijmd begint hij een draadeind in te korten met een haakse slijper. Terwijl hij dit doet ziet hij een vlam. In een schrikreactie stoot hij het busje met reinigingsmiddel om dat nog open in de hoogwerker staat. Hierdoor ontbrandt het reinigingsmiddel dat uit het busje stroomt en loopt de monteur brandwonden op aan zijn voeten en handen. De Arbeidsinspectie wordt op de hoogte gebracht van het meldingsplichtige ongeval.
Licht ontvlambaar en weghouden bij vonken
De inspecteur bezoekt het bedrijf en stelt een onderzoek in. Ter plaatse bekijkt die de situatie en neemt verklaringen op van getuigen van het ongeval. Later neemt de inspecteur in het ziekenhuis ook de verklaring van het slachtoffer op. Verder vraagt hij documentatie op over het gebruikte reinigingsmiddel.
Uit het onderzoek blijkt dat de monteur een reinigingsmiddel voor PVC heeft gebruikt. In het veiligheidsinformatieblad bij het reinigingsmiddel staat onder het kopje ‘Gevaarsaanduidingen’: ‘licht ontvlambare vloeistof en damp’. Onder het kopje ‘Voorzorgsmaatregelen’ valt te lezen: ‘Verwijderd houden van warmte/vonken/open vuur/hete oppervlakken’. Vanwege deze eigenschappen wordt het reinigingsmiddel aangemerkt als een gevaarlijke stof zoals bedoeld in artikel 4.1, onder a van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Monteur kon nergens heen op hoogwerker
Het slachtoffer verklaart dat hij het busje met reinigingsmiddel niet heeft afgesloten tussen de lijmwerkzaamheden en de slijpwerkzaamheden. Voor het inkorten van de draadeinden heeft hij gebruikgemaakt van een haakse slijpmachine met doorslijpschijf. Hierdoor kon rondom het busje een brandbaar mengsel ontstaan. Dit in combinatie met de vonkvorming door het slijpen heeft het mengsel doen ontbranden.
Doordat het slachtoffer van de schrik het busje omstoot, ontstaat een grotere vlam en loopt hij brandwonden op. Omdat de monteur in de hoogwerker staat, heeft hij niet de mogelijkheid om weg te springen van het busje met ontbrandend reinigingsmiddel.
Geen maatregelen tegen blootstelling
De inspecteur stelt in het boeterapport vast dat de betrokken werknemer werd blootgesteld aan gevaarlijke stoffen en er geen maatregelen waren getroffen om te voorkomen dat zich een ongewilde gebeurtenis kon voordoen. Daarmee staat vast dat de Arbeidsomstandighedenwet is overtreden, met name artikel 4.6, 1e lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Dit artikel is beboetbaar gesteld in artikel 9.9b, 1e lid onder d van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
De boeteoplegger van de Nederlandse Arbeidsinspectie concludeert dat de inspecteur de overtreding in het boeterapport voldoende heeft onderbouwd en legt een boete op van €7.000. De werkgever gaat in bezwaar en uiteindelijk in beroep, maar krijgt geen gelijk.













