Bond en OR: Vakbondsprimaat of zelfbeschikking?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

De dominantie van de vakbeweging over de ondernemingsraad is ingebakken in de Nederlandse arbeidswetgeving en de medezeggenschaps-wetgeving. De wetgever erkent de vakbeweging daarin als zaakwaarnemer van de werknemers. Ook in situaties waarin zij weinig leden hebben. Vooral op het terrein van de arbeidsvoorwaarden wordt de vakbeweging gezien als de meest ervaren en deskundige vertegenwoordiger van de werknemers. Op diverse plekken laten de wetgever en de rechter zien dat de vakbeweging, in hun ogen, daar het eerstgeboorterecht toekomt.
 
Primaat van vakbond
De meest bekende plek waar het primaat van de vakbond voorkomt, is artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden. Daar staat de bepaling dat het instemmingsrecht van de ondernemingsraad vervalt indien kwesties in een CAO zijn geregeld. De omgekeerde bepaling is onvoorstelbaar, bijvoorbeeld dat een bedrijfstak-CAO niet geldt als in een bedrijf een arbeidsvoorwaardelijke regeling met de OR bestaat. In de Wet Melding Collectief Ontslag, in de zogenaamde kantonrechtersformule bij gedwongen ontslag en in de fusiecode van de Sociaal-Economische Raad (SER) treffen we de gedachte aan dat de werkgever er bij reorganisaties goed aan doet overleg met de vakbeweging te voeren. De SER, die de regering adviseert over onder meer de medezeggenschap, telt uitsluitend vakbondsmensen als werknemersvertegenwoordigers. Net zoals de bedrijfscommissies, waar ondernemingsraad en bestuurder heen kunnen als zij een conflict hebben. OR’en worden kennelijk geacht zich vertegenwoordigd te voelen door
vakbondsfunctionarissen.
 
OR wordt belangrijker
De ondernemingsraad heeft inmiddels echter zijn plaats veroverd binnen de vanzelfsprekende dominantie van de vakbeweging. Zolang de OR zijn ondergeschikte plaats accepteerde, was goede samenwerking mogelijk. De altijd wat gespannen, maar verder redelijke relatie tussen vakbeweging en ondernemingsraad sloeg echter acuut om in openlijke oorlog als aan dat compromis werd gemorreld. Geruchtmakend waren rechtszaken waarbij de vakbeweging ondernemingsraden het recht trachtte te ontzeggen om arbeidsvoorwaardelijke regelingen af te sluiten. Dat gebeurde in 1992 bijvoorbeeld bij ingenieursbureau Grabowsky en Poort. De rechter besliste anders, en sindsdien is het hek van de dam: in diverse sectoren zien we ondernemingsraden met de werkgever onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden. Inhoudelijk doen dergelijke regelingen vaak niet onder voor CAO’s.  Dat zet de vanzelfsprekende gedachte onder druk dat alleen vakbondsonderhandelaars die klus kunnen klaren.
 
Omslag vakbond
De laatste jaren waait er dus een wat andere wind door vakbondsland. ‘Voor mij staat de autonomie van ondernemingsraden voorop’, stelt beleidsadviseur Hans Hubregtse van FNV Bondgenoten. ‘Ik heb die ideologische discussie wel gehad. Werknemers in de bedrijven maken nu eenmaal zelf uit wie hen vertegenwoordigt, dat is de praktijk. Soms is dat de vakbond, soms de OR. En in een toenemend aantal gevallen een combinatie. We zullen in alle gevallen ondersteuning moeten bieden.’ Die opvatting blijkt overigens binnen de FNV geen gemeengoed. ‘Om op voet van gelijkheid over arbeidsvoorwaarden te kunnen onderhandelen met de werkgever is onafhankelijkheid nodig’, zegt Richard Peute van Abvakabo FNV. ‘Die onafhankelijkheid hebben ondernemingsraden nu eenmaal niet. Onze leden geven zelf ook aan dat zij de ambitie niet hebben en in veel gevallen ook de deskundigheid missen.’
 
De OR is autonoom
Rienk van Splunder, bestuurder sociaal-economisch beleid van vakcentrale CNV, onderschrijft dat ondernemingsraden autonoom zijn en eigen keuzes maken. Maar dat werknemers zelf mogen uitmaken wie hen vertegenwoordigt, is voor hem een brug te ver. ‘In de Nederlandse arbeidsverhoudingen blijven arbeidsvoorwaardelijke onderhandelingen het primaat van de vakbonden.’ De situatie waarin die onderhandelingen desondanks door ondernemingsraden worden gevoerd, vindt hij uitsluitend acceptabel ‘bij gebrek aan beter’. Dat neemt niet weg dat in zijn visie ondernemingsraden die over arbeidsvoorwaarden onderhandelen, wél door hun bond moeten worden ondersteund. Kortom, de omstandigheid dat ondernemingsraden aan veel onderhandelingstafels niet meer weg te denken zijn, wordt door de één toegejuicht, door de ander gedoogd en door de derde betreurd. Maar van harte of niet, het wordt geaccepteerd.
 
Maatwerk nodig
In de praktijk van alledag bestaat bij de diverse CAO’s steeds meer behoefte aan flexibiliteit en maatwerk. En dat werkt een rol voor ondernemingsraden in arbeidsvoorwaardelijke regelingen in de hand. CNV’er Van Splunder benoemt desgevraagd deze derde weg aldus: ‘Vroeger waren de CAO’s dichtgetimmerd; nu staan er veel meer keuzes in. Die keuzes worden gemaakt in de bedrijven. Maatwerk per bedrijf kan in samenspraak met de OR uitstekend plaatsvinden.’ Maar waarom is al dat maatwerk de laatste jaren toch zo nodig? ‘Een voorbeeld vinden we in de Technische Groothandel’, legt Gerard van der Lit uit, bestuurder van FNV Bondgenoten. ‘De bedrijven in deze sector zijn heel divers. Zo zijn er ondernemingen die een logistieke functie hebben, maar er zijn ook bedrijven met slechts een baliefunctie. Ze handelen bovendien in uiteenlopende producten. Bijna elk bedrijf heeft zijn eigen specifieke kenmerken, openingstijden en werktijden.’
 
Ondersteuning voor de OR
Waar halen ondernemingsraden echter hun informatie vandaan? Werktijdregelingen en toeslagen zijn ingewikkelde kwesties. CNV-bestuurder Leloux wijst op het ‘Steunpunt dienstverlening medezeggenschap’ in Doorn. En op de specifieke cursussen via SBI. “Natuurlijk hoort ook de vakbondsbestuurder de ondernemingsraden met raad en daad bij te staan.’ FNV’er Van der Lit: ‘Een helpdesk zou nodig zijn, waar OR-leden met hun vragen terecht kunnen. Daarnaast zijn er trainingen nodig in onderhandelingsvaardigheden.’ Hans Hubregtse, beleidsadviseur van FNV Bondgenoten: ‘Wij hebben hier het programma De ondernemingsraad onderhandelt zelf ontwikkeld. Dat programma beoogt OR-leden te ondersteunen op alle denkbare facetten van arbeidsvoorwaardelijke regelingen.’ Loopt dat programma een beetje? ‘De meeste afnemers zijn OR’en in CAO-loze bedrijven. Daar bestaat meestal wel een collectieve arbeidsvoorwaardelijke regeling. Vaak wil een werkgever die regeling echter veranderd hebben, en dan komen er bij de ondernemingsraad veel vragen los. Bijvoorbeeld: hoe bepaal je eigenlijk de loonruimte, hoe onderhandel je, wat zijn de wettelijke regels rond arbeidstijden.’ Bovendien, stelt Hubregtse, willen ondernemingsraden vaak weten of de regeling in hun bedrijf enigszins klopt, of die marktconform is. ‘Je komt rare dingen tegen.’ Stuurt FNV Bondgenoten er dan een vakbondsbestuurder op af? ‘Wij kunnen adviezen geven, maar de ondernemingsraad beslist zelf wat hij ermee doet. De autonomie van de OR staat voorop.’
 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.