De Arbowet is per 1 januari 2007 op een aantal punten gewijzigd. Het aantal regels moet omlaag en daarmee de lastendruk voor bedrijven. De positie van de OR wordt er echter niet beter van, zo stellen arbo-deskundigen en de vakbonden.
| Dit is een artikel uit het Dossier Arbowet>> |
Op 28 november 2006 is in de Eerste kamer gestemd over het wetsvoorstel van de regering om de Arbowet te wijzigen. Het doel is: “het vergroten van verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor het arbeidsomstandighedenbeleid”. Verder is het de bedoeling van de regering om de wetgeving zoveel mogelijk te beperken, te vereenvoudigen en te verduidelijken. Op zich een loffelijk streven, want het woud van Arbowet en arboregels is inmiddels enigszins ondoordringbaar geworden. Wat dood hout wegsnoeien kan beslist geen kwaad, om in de beeldspraak te blijven.
Schadelijk geluid
Een voorbeeld. Stel je wilt als OR-lid weten wat de grenswaarde is van schadelijk geluid. Dan zoek je misschien eerst in de arbowet, maar dat is een raamwet. Daarin staan geen grenswaarden. Je komt na enig zoeken uit in het arbobesluit, en voor nadere uitwerking in de arboregeling. Maar om precies te weten hoe het zit is het handig om het Arbo-informatieblad van de Arbeidsinspectie aan te schaffen (AI 4 – lawaai op de arbeidsplaats).
Arbocatalogus
De conclusie zal duidelijk zijn: dit kan inderdaad eenvoudiger. Je zou dus verwachten dat Staatssecretaris van Hoof een handig lijstje met grenswaarden naar het Parlement zou hebben gestuurd, maar niets is minder waar. Er zijn juist duidelijke normen geschrapt. Zoals dat je per 50 medewerkers minimaal 1 Bedrijfshulpverlener moet hebben. In plaats daarvan stelt de Staatssecretaris voor om te werken met doelvoorschriften. Denk bij doelvoorschriften bijvoorbeeld aan: werknemers dienen zo min mogelijk te worden blootgesteld aan schadelijk geluid. De werkgevers en werknemers moeten dan maar in onderling overleg uitmaken met welke middelen ze in hun bedrijf of bedrijfstak die doelen denken te bereiken. Dat moet dan in de vorm van een arbocatalogus. Die catalogus wordt vervolgens getoetst door de Arbeidsinspectie. Na die toetsing mogen bedrijven er van uit gaan dat aan de wet is voldaan als men de middelen uit de arbocatalogus toepast.
Laat bestuurder informeren
Bij grote bedrijven of instellingen gelden soms verschillende bedrijfstak-CAO’s. Het is niet ondenkbaar dat je als OR in zulke bedrijven te maken gaat krijgen met verschillende arbocatalogi. Dat maakt de situatie voor de OR er niet eenvoudiger of duidelijker op. Daar komt nog bij dat een individuele werkgever ook nog een eigen arbocatalogus voor het individuele bedrijf kan maken, zo lang maar voldaan wordt aan de doelen in de nieuwe arbowet. Het is niet duidelijk of het in dat geval de OR is die met de werkgever over die catalogus moet gaan onderhandelen of de vakbonden: Staatssecretaris van Hoof heeft het steeds over “sociale partners”. Als het helemaal niet lukt om een arbocatalogus af te spreken dan geldt de sterk uitgeklede Arbowet. Per 1 januari 2010 worden de beleidsregels afgeschaft, ongeacht of er arbocatalogi tot stand zijn gekomen of niet. De sociale partners die een arbocatalogus afspreken dienen zelf te zorgen voor de “kenbaarheid” van die catalogus. Die voorlichting zal door de ene bedrijfstak beter opgepakt worden dan de andere. Ook dat zal dus niet in alle gevallen bijdragen aan eenvoud en duidelijkheid. Tot slot wordt voor het gemak door regering en politiek vergeten dat er nog steeds ongeveer 1 miljoen werkende mensen zijn die helemaal niet onder een CAO vallen en waar vaak ook geen georganiseerd overleg is tussen sociale partners. Wie spreekt dan de arbocatalogus af? In elk geval is het zinnig om met de bestuurder af te spreken dat hij de OR/PVT informeert over de arbocatalogus. Dat kan desnoods door een beroep te doen op artikel 31 van de WOR, waarin het informatierecht is geregeld.
Risico Inventarisatie en Evaluatie
De verplichte jaarlijkse rapportage over het Plan van aanpak was een goede maatregel, ook al werd die lang niet in alle bedrijven en instellingen uitgevoerd. Het idee is dat er gemiddeld elke 3 tot 5 jaar een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) wordt gemaakt in elk bedrijf en instelling. Daar komen knelpunten uit die met maatregelen en een tijdsplanning in een Plan van aanpak zijn opgenomen. Het is erg handig als de OR/PVT elk jaar door de bestuurder op de hoogte wordt gehouden van de stand van zaken: welke maatregelen zijn al volgens planning uitgevoerd en welke nog niet? Het overleg over zo’n Plan van aanpak is erg zinnig. Nu deze verplichting voor de bestuurder wordt geschrapt is het zaak dat de OR/PVT dit op een andere manier regelt. De OR kan een beroep doen op het informatierecht over het sociale beleid (art. 31 b) en de PVT kan een beroep doen op het algemene informatierecht (art 31 lid 1).
Plan van aanpak
Hetzelfde geldt voor de informatie over de opzet en inhoud van de RI&E. Overigens heeft zowel de OR als de PVT over de RI&E en over het Plan van aanpak nog steeds instemmingsrecht. Hoe kan de OR/PVT dat recht uitoefenen als zij niet geïnformeerd wordt? In dit verband is het overigens bijzonder vreemd dat Staatssecretaris van Hoof enerzijds in het Parlement deze mogelijkheden van de WOR noemt en anderzijds voorrekent dat het schrappen van deze jaarlijkse rapportage een lastenvermindering voor de bedrijven is van 56 miljoen euro. Hij gaat er dus blijkbaar van uit dat het OR-en en PVT-en in de praktijk niet zal lukken deze rapportage via de WOR alsnog te regelen.
Ongevallenrapportage
Tot nu toe moet de werkgever alle ongevallen registreren die leiden tot minimaal één dag verzuim. Voortaan geldt de EG-norm van registratie van ongevallen met meer dan 3 dagen verzuim. Dat zal bij de meeste bedrijven en instellingen betekenen dat er niet veel ongevallen meer geregistreerd worden. Daarmee vervalt deze belangrijke bron van informatie over gevaarlijke knelpunten in het bedrijf. Het is dus zaak dat de OR/PVT geïnformeerd blijft worden over alle (bijna-)ongevallen. En dus dat die (bijna) ongevallen geregistreerd blijven worden in het bedrijf of de instelling. U kunt dat regelen door een voorstel te doen volgens het initiatiefrecht (art 23 WOR).
Arbospreekuur
De bedoeling van het arbospreekuur is dat werknemers ten alle tijde een afspraak kunnen maken met de bedrijfsarts. Dus ook zonder dat zij verzuimen. Het gaat er om dat zij aan de bedrijfsarts advies moeten kunnen vragen over gezondheidskwesties die mogelijk met het werk te maken hebben. Dat advies van de bedrijfsarts kan er toe leiden dat er aanpassingen worden gedaan in het werk of de werkomstandigheden waardoor wellicht verzuim in de toekomst wordt voorkomen. In de nieuwe wet wordt deze mogelijkheid geschrapt. De toegang tot de deskundige werknemers of deskundigen van de arbodienst moet nu geregeld worden in de RI&E. Het idee van de Staatssecretaris is dat het wel of niet regelen van een arbospreekuur afhangt van de risico’s die er in het bedrijf of de instelling zijn. Hierdoor wordt er een onnodige drempel opgeworpen voor een voorziening die nu door werknemers bijzonder op prijs wordt gesteld. Het schrappen van deze voorziening is echter instemmingsplichtig, zowel voor de OR als de PVT.
Uitwisselen informatie
De regeling over het actief uitwisselen van informatie tussen OR/PVT en bestuurder is een overbodige nieuwe maatregel. Omdat verder totaal niet is ingevuld welke informatie de wetgever hier bedoeld, is dit niets anders dan wat er al in artikel 31 van de WOR staat.
Psychosociale arbeidsbelasting
Volgens het artikel 3 lid 2 van de nieuwe Arbowet moet elke werkgever verplicht beleid voeren ter voorkoming of op zijn minst beperking van de psychosociale arbeidsbelasting. Met psychosociale arbeidsbelasting wordt bedoeld; seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en hoge werkdruk. Vooral het onderdeel werkdruk is hier nieuw. Het is een vooruitgang dat dat nu ook in de arbowet is genoemd. Het zou daarmee gemakkelijker moeten worden voor de OR/PVT om het onderwerp werkdruk bespreekbaar en aangepakt te krijgen in het bedrijf of de instelling. En deze risico’s moeten in ieder geval worden mee genomen in de RI&E (er zijn nog steeds RI&E’s waarin deze onderwerpen vrijwel geheel ontbreken).
De Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie krijgt met de nieuwe Arbowet meer mogelijkheden om handhaving van de wet af te dwingen. De bestuurlijke boetes worden verdubbeld tot een maximum van € 22.500,-. En voor levenbedreigende overtredingen geldt de wet Economische delicten waarvoor gevangenisstraf en boetes tot € 450.000,- gelden. Overigens is niet erg bekend dat er nu al steeds meer boetes worden uitgedeeld aan werknemers. In 2005 werd door de Arbeidsinspectie aan 154 werknemers een boete opgelegd van gemiddeld €113,-. Alhoewel de dreiging van boetes een slechte motivator is voor arbobeleid, kan het wel degelijk helpen om onwillige werkgevers en werknemers over de streep te trekken. De nieuwe Arbowet verplicht de werkgever niet langer om de OR/PVT vanzelf op de hoogte te brengen van eventuele eisen of bevelen van de Arbeidsinspectie. Vreemd genoeg moet hij wel verplicht de Preventiemedewerker(s), de BHV-er(s) en de arbodienst daarvan op de hoogte brengen. Ook deze maatregel vraagt om reparatie door de OR/PVT.
CONCLUSIE
De wetswijzigingen in de arbowet zijn niet bepaald een verbetering voor de medezeggenschap. En ze zijn niet altijd erg logisch. U begrijpt het: de volgende wetswijziging ligt waarschijnlijk alweer op de loer.
De belangrijkste wijzigingen in de nieuwe Arbowet:
| Afgezien van de mogelijke onduidelijkheid rond de arbocatalogi zorgt deze wetswijziging voor de OR en de werknemers voor een aantal VERSLECHTERINGEN:
* Er zijn ook een paar VERBETERINGEN in de nieuwe Arbowet:
|
|
De volledige tekst van de gewijzigde Arbowet kunt u lezen op Arbo nieuwe stijl (website van het ministerie van SZW). |












