De nadelen om beursgenoteerd te zijn, worden echt zichtbaar. Immers, de ervaring leert dat veel aandeelhouders thuis op de sofa zitten en de aandeelhoudersvergadering niet bezoeken. De minderheidsaandeelhouder die het handig speelt, kan dan zijn macht pakken.
Op zichzelf is dit niet zorgelijk. Wel is het jammer dat de medezeggenschap hier weinig grip op heeft. Om deze reden is het jammer dat het onlangs gepubliceerde concept SER-rapport hierover tot de conclusie komt dat ondernemingsraden over genoeg rechten beschikken, maar deze niet altijd goed gebruiken. Vanuit een juridische optiek valt voor deze stelling wel wat te zeggen, maar de echte wereld ziet er wel anders uit. Het is voor een ondernemingsraad uitermate moeilijk om door internationale concernrelaties heen te prikken. De zogenaamde toerekeningsleer die door de rechtspraak wordt gehanteerd, ziet er prachtig op papier uit, maar is feitelijk onwerkbaar. Dream on! Het concept-advies is een gemiste kans. Het was mooi geweest als de SER een alternatief had ontwikkeld voor deze lacune binnen medezeggenschapsland.
Door de verdergaande internationalisering moet fundamenteler worden gedacht over de invulling van medezeggenschap binnen Nederlandse bedrijven. Binnen Europa zal dit moeilijk gaan, maar wellicht moeten bedrijven zich gaan heroriënteren, waarbij meer flexibiliteit ontstaat om medezeggenschap daadwerkelijk smoel te geven. Juist binnen internationale verhoudingen bestaat een medezeggenschapskrater. Bij het vinden van een oplossing moet vervolgens ook rekening worden gehouden met de werkbaarheid van de oplossing en de Nederlandse concurrentiepositie.
Maar laten wij ons niet blind staren. Feit is nog steeds dat het merendeel van de bedrijven in Nederland niet beursgenoteerd is. Ook worden de meeste besluiten gewoon in Nederland genomen, ook internationaal gezien. Daarnaast heb ik ook niet dé oplossing voor handen. Wellicht is het huidige systeem wel het minst slechtste. En zo blijft alles bij het oude.




