Opzegging van de ondernemingsovereenkomst?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>De gemeente Leiden geeft in 1997 haar OR via een convenant extra advies- en instemmingsbevoegdheden. Tevens zijn er afspraken gemaakt over faciliteiten voor de ondernemingsraad en het overleg met het gemeentebestuur is geregeld. De gemeente moet de ondernemingsraad informeren, consulteren en overleg met hem voeren. De ondernemingsraad adviseert en geeft kennis van instemming.</P> <P>In het convenant is geen looptijd bepaald, zodat er sprake is van een convenant voor onbepaalde tijd. Het zou na een jaar worden geëvalueerd, maar zoals de rechter het eufemistisch formuleert: "er zijn geen aanwijzingen dat die evaluatie heeft plaatsgevonden." In maart 2005 liet de gemeente de OR weten te willen praten over het convenant. In april werd per brief bericht dat het convenant per 1 januari 2006 werd opgezegd. </P> <P>De Bedrijfscommissie voor de Overheid slaagde er niet in tijdig te bemiddelen. De ondernemingsraad stemde niet in met uitstel. Uiteindelijk heeft de bedrijfscommissie te laat geadviseerd. De OR verzocht vervolgens de kantonrechter om vast te stellen dat de opzegging nietig was en dat de gemeente ook na 1 januari 2006 aan het convenant uitvoering moest geven. De kantonrechter wees het verzoek af. Volgens de kantonrechter kan een voor onbepaalde tijd gesloten overeenkomst worden opgezegd met inachtneming van een redelijke termijn, zij het dat in sommige gevallen een voldoende zwaarwichtige grond voor opzegging dient te bestaan. In hoger beroep oordeelt het hof dat dit standpunt niet juist is. Of een opzegging in een concreet geval het beoogde gevolg heeft gehad, zal beantwoord moeten worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. De aard van de overeenkomst en de bijzondere omstandigheden kunnen daarbij een rol spelen.</P> <P>Gegeven de inhoud van de werkzaamheden die uitvoering van het convenant met zich brengen, zou het in strijd zijn met de aard van het convenant als de gemeente het zonder enig voorafgaand overleg met de ondernemingsraad zou kunnen opzeggen. De gemeente heeft voorafgaande geen overleg met de OR gevoerd. Reeds daarom heeft de opzegging van het convenant tegen 1 januari 2006 niet het beoogde rechtsgevolg gehad. Indien er zwaarwichtige redenen zijn die nopen tot aanpassing van het convenant, zal de gemeente daarover overleg met de OR moeten voren. In dat overleg zullen partijen zich redelijk jegens elkaar moeten opstellen. Alleen indien de ondernemingsraad zich t.a.v. die voorstellen onredelijk opstelt, kan de gemeente het convenant met inachtneming van een redelijke termijn geheel of gedeeltelijk opzeggen.</P> <P>(Gerechtshof ‘s-Gravenhage 3 november 2006, nr. R06/296, LJN AZ 4149)</P> <B>Commentaar</B> <P> Convenanten tussen OR en ondernemer worden tegenwoordig gewoonlijk aangeduid als ondernemingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten kunnen voor bepaalde tijd worden gesloten. In dat geval kunnen ze niet tussentijds worden opgezegd door één van de partijen, tenzij dat uitdrukkelijk is afgesproken. Wel kunnen de partijen natuurlijk gezamenlijk de overeenkomst wijzigen.</P> <P>Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan, dan is opzegging door één der partijen in beginsel wel mogelijk. Tot nu toe was echter nog nooit duidelijk uitgesproken onder welke voorwaarden dat mogelijk is. De wet regelt deze materie niet. Het hof, oordeelt nu, in aansluiting op rechtspraak van de Hoge Raad over opzegging van andere contracten dat dit in redelijkheid moet gebeuren. Daarbij is niet alleen (zoals de gemeente Leiden dacht) inachtneming van een redelijke opzegtermijn noodzakelijk, doch ook zorgvuldig overleg. In dat overleg worden ook nog eisen gesteld aan de redelijkheid van de standpunten van de beide partijen. Met andere woorden: ook die redelijkheid mag door de rechter worden getoetst. Gelet op de belangen die bij een dergelijke ondernemingsovereenkomst kunnen zijn gemoeid, lijkt dit een toe te juichen standpunt. Het gaat verder dan de Minister van SZW voorstelde in het inmiddels ingetrokken wetsvoorstel medezeggenschap werknemers. Hij wilde deze zaak regelen, maar dan volstaan met een opzegtermijn van zes maanden. De nu door het hof gekozen oplossing is gelukkiger. Zij biedt de mogelijkheid dat de rechter zeer eenzijdige opzeggingen door de ondernemer corrigeert en dwingt de ondernemer tot een redelijke belangenafweging. Dat past in de doelstelling van de WOR. Goed dat die wet er nog steeds is.</P> <P><I>Auteur: </I>Guus Heerma van Voss</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.