Dat meldt het onderzoek Werkgevers over de crisis dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft gepresenteerd. Dat meer werkgevers ‘overtollig personeel’ in dienst hielden, is te zien aan de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur. Normaal gesproken stijgt die ieder jaar – ook tijdens de vorige recessie – maar in 2009 was er een daling te zien. In verhouding waren er dus meer handen voor hetzelfde werk.
Het in dienst houden van overtollige werknemers is bevorderd door de deeltijd-WW, al deed het overgrote deel van de werkgevers met een overschot aan personeel (84 procent) geen beroep op die regeling.
Toch was er een forse banenkrimp van ongeveer 180.000 banen tijdens de laatste economische crisis. Dat komt neer op 2 procent van het totaal aantal banen van werknemers. Deze krimp zette op een eerder moment van de crisis in dan tijdens de vorige recessie, namelijk zo’n driekwart jaar na de eerste haperingen in de economie, tegen toen na anderhalf jaar. Waarschijnlijk komt dat doordat de omzet van bedrijven ditmaal veel sneller en forser daalde, aldus het SCP.
Twee jaar na de eerste haperingen in de economie heeft de eerste, lichte groei van het aantal arbeidsplaatsen zich ingezet. Dat is sneller dan na de vorige recessie, toen dat pas na drieënhalf jaar het geval was. Een groot deel van de groei bestaat in flexibele banen, zoals uitzendwerk, payrollbanen en oproepwerk. Die zijn eenvoudiger te beëindigen en bieden werknemers dus minder zekerheid op behoud van hun baan.




