‘Gemeente spant kort geding aan tegen netbeheerder’. Zo'n kop in de krant is allang geen bijzonder nieuws meer. De lange aansluittermijn op het stroomnet leidt bij bedrijven, overheden en projectontwikkelaars tot operationele risico’s en soms hoge kosten. Ook kleinverbruikers ervaren de onmacht en financiële schade als ze te lang op elektriciteit moeten wachten. Zo vorderden de eigenaren van een nieuwbouwwoning recentelijk Liander om een aansluiting op het net te realiseren, of anders een schadevergoeding te betalen voor een noodaggregaat. Liander gaf in dit geval aan pas te kunnen leveren bij uitbreiding van het hoofdnet in 2027.
Vaker benaderd
Wanneer de netbeheerder nul op rekest blijft geven, lijkt een juridische procedure soms de enige mogelijkheid. Grootverbruikers uit zowel de publieke als de commerciële sector spanden afgelopen jaren een zaak aan tegen hun netbeheerder, van gemeente tot woonstichting en van supermarktketen tot bouwbedrijf. Zo probeerden onder andere gemeente Kampen, Jumbo en Bun, de franchisenemer van Albert Heijn, via deze weg hun netbeheerder toch te bewegen tot toekenning van transportvermogen.
Of er sprake is van een landelijke toename van rechtszaken tegen netbeheerders kan de rechtspraak niet zeggen. Dat heeft er deels mee te maken dat jurisprudentie niet landelijk wordt bijgehouden. Ook is er nog geen speciale typering voor cases over dit onderwerp. Het aantal aangespannen rechtszaken in de afgelopen jaren past wel in de landelijke trend dat de rechter zich steeds vaker moet uitspreken over maatschappelijk ingewikkelde kwesties. “We worden steeds vaker benaderd met vragen en verzoeken in het kader van netcongestie”, bevestigt advocaat Aileen Bakker van Yspeert advocaten. “We zien dat de problematiek steeds meer leeft bij onder meer bedrijven en instellingen.”
Geen bewijs voor nalatigheid
Wat opvalt in deze zaken is dat de rechter steeds de netbeheerder in het gelijk stelt. Fysieke congestie wordt ‘voldoende aannemelijk’ gevonden en er is geen bewijs voor ‘nalatigheid’. Er ís nu eenmaal onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar om nieuwe aansluitingen te realiseren en netverzwaring kost tijd. Sinds 1 januari is de Energiewet zodanig aangepast dat netbeheerders beter beschermd zijn. Ze zijn bijvoorbeeld niet langer verplicht om direct een aansluiting te regelen als er geen plek is op het stroomnet. Ook is de harde wettelijke termijn van achttien weken geschrapt.
In het najaar oordeelde de rechtbank nog dat een aansluittermijn van 66 weken onder de specifieke omstandigheden nog redelijk was. Daar komt nog bij dat er in Nederland een steeds groter tekort is aan technisch personeel om aansluitingen te realiseren, een verzachtende omstandigheid die in de zaak van Bun tegen Enexis een rol speelde. De netbeheerder beargumenteerde hier, met succes, het schaarse personeel niet in te willen zetten om een aansluiting te realiseren waarvoor op dat moment nog geen transportcapaciteit beschikbaar was.
Heeft procederen zin?
Allemaal factoren die maken dat een juridische weg een vrij zinloze exercitie lijkt. Heeft het wel zin om te procederen? De gang naar de rechter is een lang en intensief traject waar in principe niemand op zit te wachten. De eerste vraag zou dan ook moeten zijn of het te voorkomen is. “Procederen is niet bij voorbaat kansloos, maar wel een lastige route”, zegt Jelle Cosijnse, advocaat gebiedsontwikkeling en vastgoed bij Nysingh. “Rechters houden er al rekening mee dat het net overvol is.”
Hij gelooft daarom meer in het zoeken naar alternatieve oplossingen buiten het reguliere net om dan in procederen. Samenwerking in plaats van conflict. “Een grootverbruiksaansluiting delen met andere bedrijven (‘cable pooling’) is zo’n oplossing om te onderzoeken, net als het beheren van een eigen gesloten distributiesysteem.” Ook het plaatsen van een batterij of noodaggregaat klinkt steeds vaker als alternatief. Al was juist dat laatste weer een belangrijk argument in de rechtszaal van gemeente Kampen. We gaan onze duurzaam ontwikkelde school toch niet aansluiten op een aggregaat? Of zoals gemeenten in algemene zin worstelen met de vraag: wat hebben (verplichte) verduurzamingsplannen voor nut als we daarbij noodgedwongen op een diesel- of benzinemotor terug moeten vallen?
Onjuist congestieonderzoek
Volgens Bakker zijn er wel situaties waarin je als aanvrager niet machteloos een aansluiting hoeft af te wachten. “Een vordering bij de rechter heeft alleen enige kans van slagen, als de vertraging de netbeheerder zelf kan worden toegerekend. Of als je kunt onderbouwen dat een aansluiting op het bestaande net in die specifieke situatie wél mogelijk is.” Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de indruk bestaat dat het congestieonderzoek door de netbeheerder onjuist is verlopen. Netbeheerders moeten bijvoorbeeld netcongestie vaststellen op basis van daadwerkelijk verbruikt vermogen, en niet op basis van gecontracteerd vermogen of aannames over verbruik.
Redelijke termijn
Ook de vraag of een fatale termijn is overeengekomen kan volgens Bakker een rol spelen. "Dat is een harde deadline, inclusief datum en soms zelfs een tijdstip. Wanneer zo’n termijn is verstreken, ontstaan er bepaalde rechten, zoals het recht op schadevergoeding, of komen rechten juist te vervallen. Maar ook als een fatale termijn is overeengekomen, zien we tegenwoordig dat een vordering toch wordt afgewezen. Dat gebeurt als het voor de netbeheerder eenvoudigweg niet mogelijk is om de vordering na te komen door omstandigheden die niet aan de netbeheerder toe te rekenen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld als de netbeheerder afhankelijk is van (de planning van) de landelijk netbeheerder.”
De netbeheerder kan een beroep doen op de Energiewet, om aangevraagde transportcapaciteit te weigeren zolang uitbreiding van het net niet gerealiseerd is. In zaken rondom netcongestie is bovendien vaak geen sprake van een fatale termijn, maar van een redelijke termijn. Dit leidt tot discussie en ruimte voor interpretatie. “Het geeft alle partijen, en uiteindelijk ook de rechter, ruimte om die termijn nader in te vullen.”
Meest passende oplossingen
Ook voor Bakker blijft procederen een laatste redmiddel dat niet de voorkeur geniet. Het alternatief, zoeken naar de meest passende oplossingen, sluit aan bij de vorige week verschenen kamerbrief waarin ‘van iedereen de volle inzet wordt verwacht in de aanpak van netcongestie’. Ook van marktpartijen en burgers. Dus zonder de verantwoordelijkheid alleen bij netbeheerders te leggen. ‘Alleen door samen alle mogelijkheden maximaal te benutten, kunnen we wachtrijen terugdringen en netcongestie structureel aanpakken’, aldus de boodschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.












