‘In de bouwwereld heerst een echte mannencultuur. De gemiddelde bouwvakker durft niet eens te vragen om een papadag’, zei FNV-bestuurder Mieke van Veldhuizen . De vakbond hield een enquête onder de achterban, waaruit bleek dat er grote behoefte is aan meer mogelijkheden om het rooster zelf in te vullen.
Van Veldhuizen geeft toe dat het voor de bouwwereld een stuk ingewikkelder is om flexibele werktijden in te voeren dan voor een regulier kantoor. Het merendeel van de mensen dat op een bouwplaats werkt, gaat daar met een busje van de baas naar toe. Als zo’n bouwbusje bijvoorbeeld om zes uur ’s ochtends vanuit de thuisbasis in Woerden naar een klus in Den Helder vertrekt, is het knap lastig om rekening te houden met iemand die eerst nog zijn kind naar de crèche moet brengen.
Voor de pilot, waarvan FNV Bouw de grote aanjager is, hebben zich inmiddels zo’n vijftien ondernemingen van verschillende omvang aangemeld. Zij gaan de komende tijd bekijken hoe zij meer rekening kunnen houden met de privé-omstandigheden van de werknemers. De pilot moet op zijn minst bespreekbaar maken dat ook werknemers in de bouw bijvoorbeeld vier dagen van tien uur zouden kunnen werken, in plaats van vijf dagen van acht uur.
De vakbond zegt genoeg voorbeelden te kennen van mensen die bijvoorbeeld mantelzorgtaken hebben en dat nu niet met hun werk kunnen bolwerken of die een dag per week op de kleinkinderen willen passen. ‘De opadag lijkt de nieuwste variant op de papadag.’ Van Veldhuizen benadrukt dat dergelijke flexibiliteit voor meer werkplezier zorgt. ‘Op deze wijze blijft ook het vakmanschap overeind.’
De proef loopt tot eind 2011. De vakbondsvrouw hoopt dat uit de pilot voorbeelden naar voren komen van goede oplossingen, die het personeel meer ruimte geven.




